GOD GAAT MEE MET ZIJN TIJD
Ruim 55 jaar geleden - in 1954 - viel de brief
in de bus, en ik heb 'm al die tijd goed bewaard. "Lieve Jantje" -
zo begon de brief van Tante Zuster - "heel hartelijk gefeliciteerd met je
Eerste H. Communie. Jij hebt je natuurlijk al heel mooi voorbereid, en je
hartje helemaal klaar gemaakt voor Onze Lieve Heer. De Frater zal jullie wel
geleerd hebben hoe je dat moet doen. Nu heb je ook voor de eerste keer
gebiecht. Toen is jouw zieltje helemaal mooi wit geworden. Laat het maar
altijd zo mooi blijven, als het nu vandaag is. Dan komt Jezus heel graag bij
je. Dat moet je vandaag maar aan Jezus vragen, je kunt nu alles krijgen."
Verschuivende godsbeelden
De brief van Tante Zuster zit nu in een van
mijn vroegste plakboeken, op dezelfde bladzijde als een weekrapport van de H.
Hartschool, klas 2b, met punten voor gedrag (G), ijver (IJ) en katechismus
(K), iedere week geparafeerd met de handtekening van mijn vader. "Voor
Katechismus is 10 natuurlijk normaal", werd ten overvloede onder ‘Waardering
der cijfers’ nog eens vermeld. Uitgezonderd de eerste week - ziek! -
prijkten er minimaal blauwe en veel rode, maar merendeels zelfs gouden tienen
onder de K. Het jaarlijkse misdienaarsreisje naar de Efteling dat door de
Fraters werd georganiseerd, bekroonde al deze wekelijkse inspanningen.
Inmiddels zijn we ruim een halve eeuw verder. ‘Als een god naar Frankrijk’,
stond enkele jaren geleden op een billboard van de Thalys. ‘Goddelijke
traan, hemelse wijn’, liet een wijnverkoper een tijdje terug over de wijn
Lacryma Christi del Vesuvio (Christus’ tranen van de Vesusius) weten. Enkele
jaren geleden trokken de reclame-engelen van HIJ in de kersttijd de nodige
aandacht: "Twijfel niet", "Hij is er" en "Hij roept u
tot zich" riepen ze in koor, terwijl twee collega-engelen in glas-in-lood
als backing vocals de kerstboodschap kracht bijzetten.
Of mijn zieltje anno 2010 nog steeds zo wit ziet als in 1954, betwijfel ik.
Want het wereldbeeld is in vijftig jaar tijd grondig veranderd. En ook het
godsbeeld heeft een forse ontwikkeling doorgemaakt. Soms lijkt het er wel eens
op alsof Gods kansen in de reclame momenteel hogere ogen gooien dan in de kerk
en dat zijn engelen de kunst om de markt op te gaan beter verstaan dan ooit.
Ook God levert heden ten dage maatwerk, merk ik.
Vele namen en gezichten van God
Mensen hebben zich al eeuwenlang beelden
van God geschapen. En wanneer bepaalde beelden niet meer werkten, verdwenen ze
meestal zonder veel ophef van het toneel of kwamen er andere voor in de
plaats. Onze voorstellingen van God zijn cultuur- en tijdgebonden en
voortdurend in beweging. Godgeleerden en filosofen uit alle tijden hebben tot
op de dag van vandaag voortdurend vorm gegeven aan beelden van God: God als
stoplap, als de grote horlogemaker of mechanicus, Big Brother enzovoort.
Sommigen verklaarden God zelfs dood, stelden dat hij niet langer hier op aarde
werkzaam was en alleen nog maar in fragmenten te vinden. Traditionele beelden
van God hebben plaats gemaakt voor de nieuwe vraag naar God. Copernicus zette
niet de aarde, maar de zon in het middelpunt van ons heelal en stond daarmee
aan de wieg van een ander wereld- en godsbeeld. Onder invloed van
quantummechanica en relativiteitstheorie groeiden we naar een meer kosmische
religie waarin aan God een hogere meetkundige structuur werd toegekend.
Wetenschap en techniek hebben de laatste decennia overtuigend aangetoond dat
'de dingen' eigen wetmatigheden bezitten en 'hun geheim' hebben. God als de
oude man met de witte baard is anno 2010 echt wel van het toneel verdwenen.
Veelkleurige verbeelding
In de christelijke traditie zijn het vooral
Oud-Testamentische vergelijkingen, die aan God beelden en namen hebben
toegekend. Beelden en namen als Schepper, Bevrijder, Vader (die persoonlijke
nabijheid of vertrouwelijke relatie uitdrukken) of Koning, Rechter,
Almachtige, Voorzienigheid (die afstand en strengheid laten zien). Het
boeddhisme kent geen god als oorsprong van alle dingen in wie je kunt geloven
en op wie je mag vertrouwen, maar eerder een god als eenheid in je bestaan. De
God van het joodse volk is er een, met wie sinds de Uittocht uit Egypte een
bijzondere relatie werd opgebouwd. Een verborgen God, die niet kan worden
beschreven of uitgebeeld. Hij trekt met het volk de woestijn door in een
wolkkolom of vuurzuil, daalt neer in een wolk of verschijnt in een brandende
braamstruik. Zijn naam is JHWH. In het hindoeïsme heeft God vele namen,
waarachter het hoogste, diepste en omvattende schuilt. Elke voorstelling
schiet tekort, want God is boven alle denken verheven. Toch bestaan er talloze
concrete voorstellingen van Bramhâ (scheppende kracht in de natuur), Vishnu
(bloei en voedende kracht in de wereld), Shiva (regenererende kracht in de
evolutie-cyclus). Al deze voorstellingen duiden op eenheid én veelzijdigheid.
Ook de islam legt grote nadruk op de belijdenis van God als Schepper en Gods
eenheid (ondanks de vele namen die Hij kan krijgen). Ondanks het formele
'beeldenverbod' in de islam, brengen decoratiemotieven in de islamitische
kunst en cultuur de goddelijke inspiratie van mensen in beeld.
Een toekomst voor God?
Ondanks het leeglopen van de kerken en de
toenemende twijfels over zijn bestaan, zullen wij, denk ik, in alle tijden en
culturen blijven zoeken naar de zin en bedoeling van ons leven. Ik voel me er
niet toe gedwongen, maar beschouw dat als een soort oerdrang die in ieder mens
aanwezig is. Wat mij betreft heeft God dan ook zeker toekomst. Niet als Iets
of Iemand van wie het bestaan wetenschappelijk te bewijzen is of die met
geavanceerde elektronische apparatuur is aan te wijzen, maar als een
energetische Kracht die je in het diepst van je eigen leven kunt ervaren. Soms
in de stilte van de natuur, soms in een liturgische viering, soms in de diepte
van je ellende, soms tijdens de vreugde van een feest of in het contact met de
ander. Ik geef toe: in onze gehaaste samenleving met vaak oppervlakkige
communicatie kom je Hem (of Haar) niet zo gemakkelijk meer tegen. God is niet
als voorverpakt instant-artikel verkrijgbaar, maar een symbool van een
werkelijkheid die ons op onzegbare manier overstijgt. Zoals een halve eeuw
geleden dichter J.W. Schulte Nordholt al verwoordde:
THOMAS
Als God bestond dan viel hij met
ons samen
hier op de aarde waar wij mensen zijn,
was hij het brood van ons, was hij de wijn,
was hij de stem waarvoor we ons zouden
schamen.
Was hij de groene ziel bij ons van binnen,
de vleugel die ons hart had aangeraakt,
het licht waarin ons leven was ontwaakt,
en onze pijn en wildernis van zinnen.
Hij is een glans die langs de sterren gaat,
een adem in het ontoegankelijk licht.
Hij is zo heilig dat hij niet bestaat.
Als ik hem niet aanraak met deze
hand,
hem kus met deze mond, met dit gezicht
hem in mij opneem, en hij mij verbrandt.
J.W. Schulte Nordholt,
uit: Een lichaam van aarde en licht, Den Haag, 1961
Terug naar
overzicht