SPREEKWOORDEN OVER TIJD
Alles heeft zijn bestemde tijd (Prediker)
Als tijd geld is, dan leeft iedereen boven zijn
stand
(L. Fulda)
De dagen vluchten ongebreideld
(Ovidius)
De duurste besteding is verlies van tijd
(Theofrastos)
De juiste tijd kiezen is tijd besparen
(F. Bacon)
De mens meet de tijd en de tijd meet de mens
(Italiaans spreekwoord)
De tijd baart rozen
(Nederlands gezegde)
De tijd die men eraan besteedt doet niets ter
zake
(Molière)
De tijd gaat voorbij, zeggen wij. Maar helaas,
de tijd blijft, en wij gaan voorbij
(A. Dobson)
De tijd heeft sterke tanden
(Noors spreekwoord)
De tijd is boven alles vlug en vrucht’loos
roept men hem terug
(W. Bilderdijk)
De tijd is een groot meester; hij brengt veel
zaken in orde
(P. Corneille)
De tijd is een groot docente; jammer dat ze
haar leerlingen ombrengt
(Curt Goetz)
De tijd is uit zijn voegen
(W. Shakespeare)
De tijd snelt voorbij
(Hugo de Groot)
De tijd snelt voort, het uur vervliegt
(Latijns spreekwoord)
De tijd vliedt heen
(Opschrift op klokken en
zonnewijzers)
De tijden in de wedstrijdsport zijn de enige
die beter zijn geworden
(H. Söhnker)
Denk aan het vijfde gebod: dood uw tijd niet!
(E. Kästner)
Eén voor één gaan de jaren voorbij en nemen
iets van ons mee
(Horatius)
Er is geen gebrek aan tijd, maar wij hebben
geen tijd
(P. Claudel)
Ga met je tijd mee, maar kom af en toe eens
terug!
(S. Lec)
Ga met je tijd mee, maar vergeet niet waarheen
je wou gaan
(Hans-Horst Skupy)
God geeft de tijd bij dag en nacht / ach neen,
bij kleine tikskes maar
(Guido Gezelle)
Het is beter een minuut in het leven te
verliezen, dan het leven in een minuut (Uruguayaans
spreekwoord)
Het polshorloge is de handboei van de tijd
(S. von Radecki)
Hoe langer ik met mijn tijd meega, des te vaker
wil ik af en toe blijven staan
(Oliver Hasencamp)
Ik adviseer je op de minuten te passen, want de
uren passen op zich zelf
(P. Chesterfield)
In de boeken bewaart de tijd het goede
(Devies van uitgeverij De Tijd in Amsterdam)
Je spreekt over tijden die voorbij zijn
(P. Schiller)
Laat de tijd je niet voor de gek houden; je
kunt haar nooit de baas worden
(W.H. Auden)
Laten we ons haasten; de tijd vliegt en sleurt
ons mee: het ogenblik waarop ik spreek is al weer voorbij
(M. Boileau-Despréaux)
Maar één ding ontbreekt ons om gelukkig te
zijn als de vogels: tijd
(Else Lasker-Schüler)
Men moet de tijd op de vingers kijken, anders
zitten ze zo weer onder het bloed
(Friedrich Sieburg)
Mensen beschermengel is de tijd
(F. Schiller)
Mijn dagen gaan sneller dan een weversspoel
(Job 7, 6)
Niets gaat sneller dan de jaren
(Ovidius)
Niets vind ik raadselachtiger dan tijd en
ruimte, en toch lig ik er nooit van wakker omdat ik er nooit aan denk
(C. Lamb)
Omdat niets kostbaarders is dan de tijd,is er
geen grotere spilzucht dan hem achteloos te verliezen
(M. Jouhandeau)
Ook deze tijd zal eenmaal de goede oude tijd
worden
(Godfried Bomans)
Rennen baat niets, men moet op tijd vertrekken
(J. de La Fontaine)
Richt uw tijd efficiënt in: zoek niet te ver
van huis om iets door te krijgen
(J.W. Goethe)
Terwijl we praten, glijdt de tijd ons tussen de
vingers uit: pluk de dag
(Horatius)
Tijd gewonnen, winst gesponnen
(Spreekwoord)
Tijd hebben alleen degenen die het tot niets
hebben gebracht. Maar daarmee hebben zij het verder gebracht dan alle anderen
(G. Guareschi)
Tijd is de grote heelmeester(B.
Disraeli)
Tijd is de grote leermeester
(E. Burke)
Tijd is een storm waarin we totaal verloren
raken
(W. Williams)
Typisch beeld van deze tijd: de pastoor is ’n
ootje kwijt
(Toon Hermans)
Vrije tijd is gewoon de kans andere dingen te
doen die aandacht vragen
(O. Holmes)
Wat gij de ‘tijdgeest’ noemt, is in wezen
het denken van onze tijd waarin het verleden wordt weerkaatst
(J.W. Goethe)
Wat zijn de mensen toch onredelijk:ze tellen de
tijd in weken
(N. Gogol)
Welke tijd was ooit zo rijk aan wonderen?
(J. Racine)
Wie van zijn tijd wil zijn, is al niet meer ‘bij’
(E. Ionesco)
Wie zijn tijd alleen maar vooruit is, wordt
eens door haar ingehaald
(L. Wittgenstein)
Wij hebben geen besef van tijd, maar van
verloren tijd
(E. Young)
Wij leven in een tijd waarin men niet meer kan
hopen vele goede verstaanders te vinden, die maar een half woord nodig hebben
(K. Miskotte)
Zij (de uren) verwonden allen, het laatste
doodt
(Opschrift op wijzerplaat klok)
Zij beperken zich tot het doden van de tijd
totdat de tijd hen doodt
(S. de Beauvoir)
Terug naar
overzicht