TIJD IN BEELD
Het ritme van de seizoenen en de natuurlijke
kringloop van zon en maan zijn voor de mens van oudsher de maat geweest om
tijd en tijdsduur te meten. Menselijke berekeningen werden en worden tot op de
dag van vandaag vastgelegd in kalenders en almanakken, op zonnewijzers,
astronomische uurwerken, klokken en horloges, in tijdbalken en (zelfs
elektronische) agenda's. Tijd is een onmisbaar gegeven in ons leven; we worden
er (helaas - te - vaak) door beheerst. Meer dan ooit is gebrek aan
tijd een actueel thema: tijd is immers geld en onder invloed van de moderne
industriële samenleving geldt de geobjectiveerde, meetbare tijd meer en meer
als de alles bepalende maat van het leven. De natuurlijke, subjectieve
beleving van tijd komt daardoor steeds verder op de achtergrond te staan. In
dit artikel willen we tijd en tijdsbeleving in beeld brengen, door iets te
laten zien van de uiteenlopende wijzen waarop in verleden en heden dit thema
gevisualiseerd is. Na enkele inleidende opmerkingen over tijd en verschillende
manieren van tijdsbeleving (paragraaf 1), wordt een beknopte iconografie van
Vadertje Tijd gepresenteerd (paragraaf 2).
1 Tijd en tijdsbeleving
Naar tijd kun je op verschillende manieren kijken.
Opgenomen in de onmetelijke ruimte van de kosmos,
worden wij met onwaarschijnlijk grote snelheid door het heelal geslingerd,
onze jaarlijkse baantjes draaiend rond onze gouden energie- en levensbron.
Onze biologische klokken zijn erop afgesteld, en relatief kleine afwijkingen
van een uur (zomer- en wintertijd) kunnen ons danig in verwarring brengen en
uit het dagelijks ritme halen. De kosmische tijd is heer en meester over de
seizoenen, mens en dier, leven en dood, licht en donker, dag en nacht, vandaag
en morgen.
Typisch westers is het tijdbalk-denken1: tijd wordt zichtbaar
gemaakt door middel van een rechte lijn, waarop tijdvakken en episodes kunnen
worden uitgezet en gemeten. Kwantificeerbare tijd: de ene periode volgt op de
andere, vaak in een ritme van oorzaak en gevolg, actie en reactie. Tijd wordt
uitgedrukt in lineair meetbare grootheden. Bijvoorbeeld: "Als reactie op
de Reformatie vond van 1545 tot 1563 het concilie van Trente plaats." Of:
"In het jaar 2003 brengt de Thalys - de Nederlandse versie van de
TGV - zijn reizigers in ruim drie uur van Amsterdam naar Parijs."
Een andere wijze van tijdsbeleving is meer
cyclisch, psychologisch van aard: tijd is dan niet het optellen en in relatie
brengen van gebeurtenissen, ontwikkelingen en momenten, maar heeft te maken
met persoonlijke of gemeenschappelijke beleving van verleden, heden en
toekomst. Bijvoorbeeld: "Als reactie op het gevoelloze van het
neo-classisme ontstond de negentiende eeuwse Romantiek." Of: "Als na
zonsondergang een zwarte draad niet meer van een witte kan worden
onderscheiden." Het heden vormt in zo'n visie geen scheidingslijn tussen
verleden en toekomst (bekend is bijvoorbeeld, dat de Hopi Indianen helemaal
geen woorden kennen voor verleden, heden en toekomst), maar is eerder een
subjectieve beleving van omvang en duur. Daar is geen apart zintuig en ook
geen uurwerk voor nodig. Deze tijd kruipt tergend langzaam, vliegt voorbij,
staat stil, glipt je door de vingers of duurt een eeuwigheid. Een harmonieus
omgaan met tijd is van levensbelang: "Slechts wanneer de chronometertijd
- die van de manipuleerbare en gemanipuleerde schepping - in
samenklank kan gebracht worden met de subjectgebonden tijd - die van de
totale, meerdimensionale mens - en met de kosmische tijd - die van
de totale schepping, waar de mens een onvervreemdbaar deel van is -
zullen we weer ademtocht krijgen."2
2 Iconografie van Vadertje Tijd
In de loop der eeuwen heeft men de tijd op uiteenlopende manieren
gestalte gegeven en voorzien van allerlei symbolen en attributen. Vadertje
Tijd vormt daarom een schoolvoorbeeld van de ontwikkelingen die symbolen
kunnen doormaken. De symbolen van de tijd stammen uit de klassieke oudheid,
groeien en veranderen in achtereenvolgende cultuurperioden en leven voort tot
op de dag van vandaag. Symbolen uit andere contexten vinden binnen het thema
tijd een nieuwe toepassing.3
2.1
Kairos-Opportunitas-Occasio: gunstig tijdstip
De personificatie van de tijd, zoals wij die nog altijd kennen,
is langzamerhand gegroeid uit drie andere figuren. In de oudheid bestonden
verschillende beelden van het begrip tijd. Twee daarvan, Kairos4 en
Aion, versmolten met de god Kronos tot Vadertje Tijd met vleugels, slang, zeis
en andere symbolen (zie afb. 1).

Afbeelding 1:
Francois Perrier, Vader Tijd als vernietiger (detail), 1702.
'Kairos' is het gunstige tijdstip: het korte beslissende moment dat een
keerpunt in het leven van een mens, in de geschiedenis of in de loop van het
heelal aanduidt. De personificatie van dit tijdsbegrip is een - oorspronkelijk
naakte - man in snelle beweging, meestal jong, nooit oud, met vleugels
aan schouders en hielen. Zijn attributen zijn weegschaal, (balancerend op de
snede van een) scheermes en een of twee wielen (zie afb. 2). De
betekenis hiervan is: het gunstige moment is er opeens, maar kan ook weer snel
voorbij zijn; dan moet je de juiste afweging maken en snel beslissen.

Afbeelding 2:
Kairos (klassiek reliëf), Museum Turijn.
2.2 Aion:
eeuwigheid
De Klassieken kennen ook het bijna tegenovergestelde idee van
Kairos: tijd als het goddelijke principe van eeuwige en onuitputtelijke
creativiteit. Gepersonifieerd is dit principe de oergod van de kosmos, de
Protogonos (Eerstgeborene) onder de goden. In de Griekse en Romeinse
mythologie komt deze god onder allerlei vormen en namen voor. Bepalend voor de
voorstelling van de allesomvattende tijd werd de god Phanes, over wie
in de Orphische mythologie wordt verteld. Phanes, zelf geboren uit Wind en
Nacht, brengt alles aan het licht wat tot dan toe in het grote wereldei
verborgen lag. Dat ei cirkelt lichtend rond Phanes als zijn verblindend wit
gewaad. Zo wordt Phanes uitgebeeld als een schone, gevleugelde jongeling,
omgeven door de dierenriem en omwikkeld door de kronkels van een slang (zie
afb. 3).

Afbeelding 3:
Phanes (klassiek reliëf), Museum Modena.
2.3
Chronos-Kronos-Saturnus
Aan de wortel van onze huidige voorstelling van Vadertje Tijd
ligt de toevallige gelijkluidendheid van de Griekse woorden chronos (tijd) en
Kronos, de naam van de god die de Romeinen Saturnus noemden. Deze overeenkomst
maakte dat Chronos na verloop van tijd werd geïdentificeerd met Kronos.
Kronos staat in de rij van gewelddadige goden die elkaar de opperheerschappij
betwisten. Kronos (Saturnus) ontmant zijn vader Uranos (Uranus), overigens op
instigatie van zijn moeder Gaia. Uranos (de Hemel) kwam iedere nacht over Gaia
(Aarde) en had gemeenschap met haar. Maar hij had van het begin af aan een
hekel aan de kinderen die hij bij haar verwekte. Hij verborg ze in de
binnenste holte van de aarde (anders dan Phanes bracht hij ze juist niet aan
het licht). Dat verdroeg Gaia niet langer en vroeg haar kinderen om hulp. Gaia
maakte een scherpe sikkel, waarmee haar zoon Kronos op een nacht de oorzaak
van haar voortdurende zwangerschap wegnam.
In literatuur en beeldende kunst verschijnt Kronos met een sikkel (en andere
landbouwwerktuigen - zie afb. 4) omdat hij de god van de oogst en
beschermer van de landbouw is. Maar het is tevens de sikkel waarmee hij zijn
vader ontmande.
De mythe vertelt vervolgens dat Kronos nog gruwelijker dan zijn vader handelde
en zijn eigen kinderen verslond, uit angst hetzelfde lot te ondergaan als zijn
vader (zie afb. 4). Dat gebeurde later overigens toch, en wel door zijn
zoon Zeus, die door zijn moeder Rhea en grootmoeder Gaia van de dood werd
gered. Toen Zeus (Jupiter) was geboren gaven zij Kronos niet het kind maar een
in doek gewikkelde steen om te verslinden. Soms geven kunstenaars voorkeur aan
deze scène. Tot aan de opstand van Zeus
bezat Kronos lange tijd de opperheerschappij en werd hij gezien als de Vader
van de andere goden, waardoor hij het image van ouderdom kreeg.
Toen in later tijd de godheden werden vereenzelvigd met de destijds bekende
planeten, werd Kronos (Saturnus) als de oudste van het pantheon geassocieerd
met de verste en langzaamste planeet. Als zodanig werd hij ook wel afgebeeld
met krukken of een houten been.

Afbeelding 4:
Artus Quellinus, Saturnus (reliëf), ca. 1650, Koninklijk Paleis
Amsterdam.
2.4 Historische
ontwikkeling
De verschillende kenmerken en attributen van onze voorstelling
van de tijd stammen dus uit verschillende contexten. Deze voorstellingen
vinden we aanvankelijk vooral in de literatuur van de oudheid en laat-antieke
wereld. De beeldend kunstenaar volgt op afstand de visionaire verteller.
In de beeldende kunsten van de oudheid en laat-antieke tijd (4e en 5e eeuw)
wordt de tijd verbeeld als het gunstige en vluchtige tijdstip (Kairos) of als
scheppende eeuwigheid (Aion-Phanes), nog niet als de verdelger van mensen en
dingen die hij schiep (Kronos).
In de literatuur vond de identificatie van tijd (Chronos) en Kronos al wel in
de oudheid plaats, met als oudste document een tekst van Plutarchus (geb. 47
na Chr.).
In de laat-antieke tijd treffen we de slang ook los van de figuur van Phanes
aan als symbool van de tijd. De slang die in zijn eigen staart bijt,
verzinnebeeldt de allesomspannende en -dragende tijd en tevens het cyclisch
karakter ervan. Ook in de Renaissance blijft de ontwikkeling van het beeld in
de vorm van boekillustratie nauw verbonden met de literatuur. Zo ontstaan
interessante houtsneden in de diverse edities van een boek van Petrarca, Triomf
van de tijd (15e en 16e eeuw). In de Renaissance worden de in de oudheid
gelegde verbindingen tussen Chronos en Kronos weer opgediept en nu ook op
prenten en schilderijen uitgebeeld. We zien de tijd dan niet meer als een
schone jongeling, maar als oude van dagen. De positieve beelden van dageraad
en leven raken op de achtergrond of verdwijnen uit het zicht. De lugubere
kanten van het Saturnusbeeld krijgen in de voorstelling van de tijd de
overhand. De relatie van tijd met eeuwigheid (Aion) en het gunstige tijdstip
(Kairos) dooft uit. Tijd wordt steeds meer de metgezel van de dood.
In de Renaissance wordt ook een nieuw nummer aan het repertoire toegevoegd,
dat niet meer verdwijnen zal: de zandloper. De zandloper wordt als pars pro
toto op zich al symbool van de tijd en daarom soms zelf voorzien van twee
vleugels (zie afb. 5).
In de moderne tijd worden weer nieuwe symbolen toegevoegd. Zonnewijzer en
mechanische klok symboliseren het verstrijken van de tijd. Spiegel en
muziekinstrument symboliseren het vluchtige van het leven, eindigheid en
vergankelijkheid. Vadertje Tijd en zijn symbolen worden soms geheel
verwisselbaar met dood (mors) en ijdelheid (vanitas). Met het aanbrengen van
de eerste uurwerken aan stadhuis- en kerktorens, rond 1500, ontwikkelt zich
een maatschappelijk proces, waarin tijdsberekening en tijdsbewustzijn op een
heel andere manier dan in het verleden beleefd gaan worden. Een proces, dat
uiteindelijk leidt tot de individualisering van de tijdsbeleving door de
massale produktie van het polshorloge in de 20e eeuw. De wijzers van de klok
symboliseren voortaan de tijd.5

Afbeelding 5:
Detail van een grafkruis tegen een kerkmuur in Niederwiltz, Luxemburg. De
symbolen van Kairos, Aion en Saturnus staan hier op één steen verzegeld.
2.5 De
afzonderlijke symbolen van Vadertje Tijd
De verschillende kenmerken en attributen van onze voorstelling
van Vadertje Tijd stammen dus uit verschillende bronnen en gaan met elkaar
nieuwe verbindingen aan.
2.5.1 Ouderdom
(Saturnus)
De tijd is een grijsaard, die soms steunt op krukken, soms ook een
houten been heeft (bij het verslijten van de tijd worden mensen oud en
gebrekkig). Een nòg ouder mens, een geraamte, stelt meestal niet de tijd voor
maar de dood. Soms treden tijd en dood beiden in één voorstelling op (zie
afb. 6 en 7).

Afbeelding 6:
Ph. Galle, De triomf van Saturnus (gravure naar een verloren gegaan
schilderij van Pieter Breugel), 1574, Museum Boymans-van Beuningen, Rotterdam.

Afbeelding 7:
'Vadertje Tijd' met een zandloper in zijn hand zegt tegen de Dood wanneer hij
het levenslicht van een mens moet uitdoven. Gravure van Francis Quarles,
Engeland, 1639. De afbeelding is afkomstig uit het boek van Marie-Luise von
Franz, Zeit (Kösel, München, 1992); overgenomen uit Katechetische
Blätter 1994/7-8
2.5.2 Sikkel - Zeis
(Saturnus)
De sikkel (vanaf de 11e eeuw steeds meer vervangen door een zeis)
krijgt in de toepassing op tijd twee verschillende betekenissen. Vanwege de
vorm: 'de tijd keert terug tot zichzelf' (in deze zin identiek aan de
ronde slang, zie 2.5.4); aldus Servius in een commentaar op Vergilius. En het
idee is vervolgens: de tijd zal uiteindelijk alle mensen 'oogsten'. De tijd
als grijsaard of geraamte met zeis staat tegelijk voor de dood.
2.5.3 Verslinden eigen
kinderen (Saturnus)
Ook de kindermoord van Saturnus wordt een symbool van Vadertje
Tijd: dit soort wandaden blijkt te behoren tot het mechanisme van de
geschiedenis. Deze toepassing op tijd geldt voor alles: de tijd knaagt
aan alle dingen (zie afb. 1); een beeldspraak die we al vinden bij
Ovidius (edax rerum). Uiteindelijk verslindt de tijd alles wat hij zelf
heeft voortgebracht (de revolutie ook haar eigen kinderen).
2.5.4 Slang
(Aion-Phanes)
De slang die in zijn eigen staart bijt, is symbool voor de
allesomspannende tijd en tevens voor het cyclisch karakter van tijd (de
geschiedenis herhaalt zich). Reminiscenties aan de rol van de slang in het
paradijs en associaties van de slang met 'kruiperig' en 'giftig' kunnen het
beeld van de tijd ook negatief inkleuren.
2.5.5 Kosmische
symbolen: zon en maan, dierenriem, seizoenen
Symbolen van de natuur - wereld en kosmos, zon en maan, de
sterrenbeelden, de vier seizoenen - vinden we dikwijls, vooral op meer
uitgebreide, voorstellingen van de tijd (zie afb. 6). Hoe wel de
directe relatie zelden evident is, kunnen deze symbolen nog verband houden met
de mythologie rond Aion-Phanes.
2.5.6 Vleugels
(Kairos)
Door zijn verwantschap met Kairos kreeg ook Vadertje Tijd zijn
vleugels. Ze symboliseren de snelheid waarmee dingen in de tijd kunnen
gebeuren, alsmede het algemene idee: de tijd vliegt voorbij, vervliegt. De vier
vleugels van Aion (aan schouder en hielen) krijgen in hun toepassing op tijd
(dan meestal vier vleugels aan de schouder) de betekenis van de vier seizoenen
van het jaar (zie ook 2.5.5).
2.5.7 Zandloper
In de Renaissance wordt ook de zandloper een vast attribuut van de
tijd, en later ook van de dood (zie afb. 7). De betekenis is: tijd
glijdt als zand door je vingers, of: er is je maar een bepaalde en heel
beperkte hoeveelheid tijd toegemeten. Omdat deze tijdmeter telkens gekeerd
moet worden past de zandloper ook in een cyclisch wereldbeeld.
2.5.8 Nieuwe symbolen:
spiegel en muziekinstrumenten
In de 16e eeuw werd ook de spiegel een attribuut van de tijd.
Sindsdien zien we ook Vadertje Tijd soms voor de spiegel. De symboliek is
meervoudig. Er is allereerst de vluchtigheid van het spiegelbeeld. Als
iemand in de spiegel kijkt en doorloopt is zijn spiegelbeeld al weg. In de
spiegel is het alleen - heel even - het heden dat telt. In de
spiegel kunnen mensen vervolgens wel hun vergankelijkheid waarnemen.
Soms helpen kunstenaars een handje en schilderen zij al een doodskop in de
spiegel.
Dezelfde symboliek vinden we in het muziekinstrument. Het bestaan is even
kortstondig en ongrijpbaar als de klank van een muziekinstrument. Muziek als
metafoor van tijd toont weer andere aspecten dan het tikken van een klok.
Muziek bevat een levendiger en gevarieerder ritme en meer emoties.
Bijna alle hier beschreven symbolen komen samen in een verbeelding van Pieter
Breugel (zie afb. 6). Het onderschrift luidt: De
paarden van zon en maan trekken de tijd voort, die gedragen wordt door de vier
seizoenen, gedurende de twaalf tekens van het lange wentelende jaar, alles met
zich meesleurend in zijn snelle wagen; achterlatend voor zijn metgezel, de
dood, wat hij niet gegrepen heeft. Achter hen volgt de Roem, die alles
overwint, gedragen door een olifant en de wereld vervullend van
trompetgeschal.
Maar op de gravure is nog veel meer te zien. Als je er maar de tijd voor
neemt!
3 Ten slotte
Tijd kunnen we niet wegdenken in ons bestaan; als een trouwe
metgezel hoort hij bij het leven: we hebben hem nodig om te leven en
tegelijkertijd voert hij naar het einde van dat leven.6 In de
antieke oudheid symboliseert Oceanos behalve de levenstijd van ieder mens ook
de eeuwigheid; een aspect dat bij dit artikel over 'tijd in beeld' nauwelijks
aan de orde is geweest. Tot slot daarom een vertaling van een opschrift op een
oude Engelse kerkklok7 (met excuses voor het mannelijke beeld, dat
kennelijk zo onverbrekelijk met 'Vadertje Tijd' verbonden is; zie ook voetnoot
1 bij het artikel van Henk Burggraaff):
Toen ik nog zoeken moest naar ieder woord
kroop ook de tijd op hand'en voeten voort
Zelfs toen 'k een stille knaap geworden was
gingen de tijd en ik nog in de pas
Doch toen ik man werd, praatte met verstand
liep meer en meer de tijd mij uit de hand
Wat ik ook deed, 'k verloor steeds meer terrein
Nu ben 'k te oud om bij de tijd te zijn
De weg wordt steiler - tijd is bijna heen
Als ik straks boven ben, sta 'k er alleen
Maar dan troost mij - al restte mij geen tijd -
Het spraakloos uitzicht op Gods eeuwigheid.
Een uitgebreidere versie van dit artikel (met
o.a. een analyse van methoden levensbeschouwing op het thema 'tijd' is te
vinden in Verbum 1995-2. DIt artikel was een coproductie met Jan van Lier.
NOTEN
1 Vgl. C. Sinnema, Katechese volgens de
kalender; Religieus omgaan met de tijd, in School en Godsdienst
41(1987)2, p. 33-37. Zie ook T. Brekelmans, De kalender is niet van
gisteren, in Kruispunt 1993/6, p. 3-6.
2 Annemie van de Walle, Tijdssprokkels - Op
zoek naar het aangezicht van onze tijdsbeleving, in De Heraut
november 1991, 303.
3 Bronnen: Liesbeth Brandt Corstius e.a., Kunst
en tijd, in Openbaar Kunstbezit 1977, p. 1-94. En: Erwin Panofsky, Vader
Tijd, in Iconologische Studies; Thema's uit de Oudheid in de kunst van
de Renaissance, Het Spectrum, Utrecht/Antwerpen, 1962, p. 60-78 (Ned.
vert. Casper de Jong).
4 Voor het kairos-begrip zie het artikel van
Henk Burggraaff elders in dit nummer, waar hij verwijst naar Paul Tillich.
5 B. Hoffmann, Hat alles seine Zeit und
Stunde? in Katechetische Blätter 1994/7-8, S. 496-497. Hoffmann
presenteert in dit artikel enkele gedachten uit het boek van Norbert Neumann, Lerngeschichte
der Uhrenzeit. Pädagogische Interpretationen zu Quellen von 1500 bis 1930,
Deutscher Studien Verlag, Weinheim, 1993. Zie ook: H. Jacobs, Tijd als
status, in Het Nieuwsblad 28 januari 1994, p. 19.
6 Tjeu van Knippenberg, De tijd is vriend en
vijand, in De Bazuin 23 december 1994, p. 29-31.
7 Aangehaald door Wim Zwanikken in Tijdsbeleving
en ouderdom, p. 24.
Terug naar
overzicht